| De hangende tuinen van Babylon, gelegen nabij wat vandaag de
dag Bagdad in Irak is, waren een botanisch en architectonisch kunstwerk
dat algemeen wordt gerekend tot de zeven klassieke wereldwonderen.
Ze werden in de 6e eeuw v.Chr. gebouwd in opdracht van de Babylonische
koning Nebukadnezar. De werken duurden van 606 tot 562 v.Chr. Naar
verluidt liet Nebukadnezar de tuinen aanleggen om zijn terneergeslagen
kersverse echtgenote, Amytes, op te vrolijken. Amytes was afkomstig
uit bergachtige streken en was gewend veel groen om zich heen te
hebben. De tuinen moesten haar helpen wennen aan het leven in het
grote Babylon. Ook wordt de halflegendarische koningin Semiramis
als bouwster genoemd.

Het bouwsel bestond uit een serie terrassen, omringd door muren
met torens. Op die muren waren bomen, struiken en bloemen geplant.
De tuinen 'hingen' als het ware boven de oevers van de rivier de
Eufraat. Bijzonder was de irrigatiemethode: onderaardse kanalen
zorgden voor de aanvoer van water.
De weelderige tuinen worden uitgebreid beschreven door Griekse
historici zoals Strabo en Diodorus Siculus. Buiten deze beschrijvingen
zijn er weinig concrete bewijzen voor het daadwerkelijke bestaan
van de tuinen bewaard gebleven. Er zijn geen Babylonische bronnen
bekend die over de tuinen berichten. Wel zijn er wat indirecte aanwijzingen
gevonden bij opgravingen van het paleis in Babylon, maar deze sluiten
niet aan bij de soms zeer uitbundige beschrijvingen van de pracht
en praal van de tuinen. Het is mogelijk dat in de loop der tijd
de tuinen verward zijn met die van Nineveh. Babylonische bronnen
in de vorm van kleitabletten beschrijven namelijk wel tuinen in
Nineveh, inclusief een op een schroef van Archimedes gelijkend proces
om water op de gewenste hoogte te krijgen.
Vorige |