Het Amphitheatrum Flavium, beter bekend als het Colosseum, te
Rome, gebouwd in de 1ste eeuw na Chr. was het grootste amfitheater
in het Romeinse Rijk.

Bouw
Het Colosseum werd gebouwd door de zogenaamde Flavische keizers.
De bouw werd gestart onder de heerschappij van Vespasianus in 72
en gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem
in 70. Na de voltooiing in 80 werd het ingewijd door Titus. De spelen
bij de opening duurden 100 dagen. De dichter Martialis wijdde er
een bundeltje van 33 epigrammen aan. Titus' opvolger Domitianus
voegde nog een verdieping toe, benevens een aantal gangen en vertrekken
onder de arena, die nu zichtbaar zijn.
Het werd gebouwd op de plaats waar het stagnum, een kunstmatig
meer, lag van Nero's Domus Aurea. De Flavische keizers probeerden
de herinnering aan de gehate Nero uit te wissen en de gunst van
het volk terug te winnen. De bouw van het Colosseum juist op de
plek van het meertje, dat men had weten droog te leggen, paste in
dat streven. Bovendien spaarde de keuze voor deze locatie veel grondverzet,
aangezien het immense bouwwerk enorme fundamenten vereiste.
Vespasianus' amfitheater was het beroemdste in de Romeinse wereld.
Het werd bekend als Amphitheatrum Flavium - afgeleid van Flavius,
de familienaam van Vespasianus, Titus en Domitianus. Tegenwoordig
is het theater beter bekend als Colosseum. Waarschijnlijk ontleende
het zijn huidige naam aan het ruim 35 meter hoge beeld, de Colossus
van Nero, dat naast het amfitheater stond, en niet op de afmetingen
van het gebouw, wat men ook vaak beweert.
Afmeting en vorm
Het ovale grondvlak meet (over de assen gemeten) 188 bij 156 meter,
heeft een omtrek van 527 m., en de hoogte van de gevel is 48,50
meter. De buitenmuur heeft drie rijen van 80 bogen, die telkens
gescheiden worden door halfzuilen (pilasters), beneden met Dorische,
in het midden met Ionische en boven met Corinthische kapitelen.
Ook de bovenverdieping (die merendeels gesloten is) heeft Corinthische
pilasters. Er waren 76 ingangen die genummerd waren met Romeinse
cijfers (boven de ingangen XXIII-LIV zijn de nummers nog zichtbaar).
Het Colosseum is gebouwd uit beton, tuf- en baksteen, maar voor
de façade en zuilen is gebruik gemaakt van grote hoeveelheden
travertijn, dat via een speciaal aangelegde weg werd aangevoerd
uit de heuvels bij Tivoli. IJzer werd gebruikt om de stenen aan
elkaar te bevestigen. Een groot aantal zitplaatsen, muurbekledingen
en ornamenten was van marmer.
De zitruime (cavea) bood plaats aan meer dan 50.000 toeschouwers.
Deze was ingedeeld in vier galerijen. Voor de keizer was er een
aparte loge aan een van de lange kanten van de arena met een eigen
ingang. Aan de overzijde was de loge voor de keizerin, de Vestaalse
maagden en de magistraten. De senatoren hadden marmeren zitplaatsen
direct aan de arena. Andere mannen zaten naar gelang hun sociale
positie dicht bij de arena of er verder vandaan. Op de vierde galerij
zaten de vrouwen van senatoren en ridders. De arena, die door een
muur van 4 meter hoog van het toeschouwersgedeelte gescheiden was,
meet 76 bij 44 meter, en was gevuld met geel zand. Aan de uiteinden
van de lengteas waren twee artiesteningangen.
Het Colosseum kon worden afgedekt met een canvas zonnescherm: het
velarium. Dit scherm werd opgetrokken met kabels die aangetrokken
werden van buiten het Colosseum over 240 masten. Deze masten staken
via gaten in de kroonlijst in een uitstekende stenen bak. Voor het
optrekken van het velarium was een regiment matrozen in Rome aanwezig.
Naar schatting waren er wel 1.000 man nodig om het scherm op te
trekken. Op het plein buiten het Colosseum staan nog enkele stenen
met gaten waaraan de kabels bevestigd werden, hoewel ook gedacht
wordt dat deze stenen dienden voor dranghekken.
In de nabijheid van het Colosseum waren vier gladiatorenscholen.
Voor de bestiarii was er de Ludus matutinus, zo genoemd omdat de
wilde-dierengevechten in de ochtend plaatsvonden, en voor de 'echte'
gladiatoren waren er de Ludus Gallicus, de Ludus Dacicus en de Ludus
magnus. De laatste lag het dichtst bij het Colosseum en was er door
een ondergrondse gang mee verbonden. Een deel ervan is door opgravingen
ten oosten van het Colosseum blootgelegd.
Voorstellingen
Het Colosseum was geheel bedoeld voor de spelen die werden georganiseerd
en gefinancierd door de heersende keizer. Bij de opening organiseerde
Titus spelen die 100 dagen duurden. Volgens de overlevering waren
er naast vele gladiatorengevechten de meest verbazingwekkende schouwspelen
te zien. Zo was er een gevecht tussen kraanvogels en een gevecht
tussen 4 olifanten. Negenduizend tamme en wilde dieren werden afgeslacht.
Ook vrouwen traden op als wilde-dierenvechters.
Bij normale spelen in het Colosseum werden ’s morgens wilde-dierengevechten
gehouden waarbij bestiarii (wilde-dierenvechters) vochten met allerlei
wilde dieren in venationes (jachtpartijen). De arena werd op passende
wijze ingericht met rotspartijen, struiken, e.d. Tussen de middag
was er voor geïnteresseerden een pauzeprogramma waarin veroordeelde
gevangenen voor de wilde dieren werden gegooid. In de latere Oudheid
werden vooral veel christenen tot de wilde dieren veroordeeld (damnatio
ad bestias). Het middagprogramma met de gladiatorenshows (munera)
vormde het hoogtepunt.
Kort na de opening werden volgens de overlevering ook naumachiae
(zeeslagen) gehouden. Nadat men de arena met miljoenen liters water
had laten vollopen, werden beroemde zeeslagen uit de geschiedenis
geënsceneerd. Hoe dit precies in zijn werk ging is niet duidelijk,
omdat de arena van het Colosseum eigenlijk te klein is voor oorlogsschepen.
Men stopte hier in ieder geval mee na de verbouwing door Domitianus,
toen twee verdiepingen onder de arena werden aangelegd.
Met de opkomst van het Christendom ontstond er steeds meer verzet
tegen de spelen. Een enkele keizer, zoals Marcus Aurelius, was tegen
de gladiatorengevechten, maar hij kon ze door de grote populariteit
onder het gewone volk niet zonder meer afschaffen. De gladiatorengevechten
werden afgeschaft nadat het Christendom tot staatsgodsdienst werd
verheven. De christelijke keizer Honorius verbood de spelen in 404
nadat een monnik, die bij een strijd tussen gladiatoren tussenbeide
wilde komen, door het publiek was verscheurd. Het Colosseum bleef
hierna nog wel in gebruik voor andere voorstellingen, voornamelijk
venationes, waarbij gejaagd werd op wilde dieren. De laatst bekende
voorstelling werd gehouden in 523.
Historici schatten dat in de loop der eeuwen tussen de 300.000
en 500.000 mensen in het Colosseum zijn gestorven.
Verdere geschiedenis
Het Colosseum heeft te lijden gehad van verschillende natuurrampen.
Een blikseminslag in 217 beschadigde het Colosseum dusdanig dat
er gedurende vijf jaar geen spelen georganiseerd konden worden.
Diverse aarbevingen brachten grote schade toe aan het gebouw, maar
zolang het gebouw in gebruik was werd dit telkens gerepareerd door
de Romeinen en later door de Ostrogoten. Tijdens de Middeleeuwen
volgden twee grote aardbevingen in 847 en 1349, die het Colosseum
verder verwoestten. In de 12e eeuw werd de ruïne van het amfitheater
omgebouwd tot fort van de familie Frangipani. De belangrijke Romeinse
families, waar vaak ook de paus uit voortkwam, beschouwden het Colosseum
als een plaats waar eenvoudig bouwmateriaal gehaald kon worden voor
hun nieuw te bouwen kerken en paleizen. Zo werd al het marmer verwijderd
en herbruikt in nieuwe gebouwen of simpelweg verbrand om kalk te
verkrijgen. Ook het ijzer waarmee de blokken steen en marmer werden
vastgezet was gewild. Aan deze plundering kwam pas een einde in
1749 toen Paus Benedictus XIV de historische waarde van het Colosseum
inzag en het verdere gebruik als steengroeve verbood. Hij wijdde
het Colosseum als kerk ter nagedachtenis aan de lijdensweg van Christus
en bouwde binnenin een kruisweg. De grond van het amfitheater werd
als heilig beschouwd vanwege het bloed van de christelijke martelaren
dat hier vergoten werd. Dit ondanks het feit dat de meeste Christenen
waarschijnlijk gedood werden in het Circus Maximus. Latere pausen
lieten het Colosseum nog verder restaureren en archeologisch onderzoeken.
Hoewel het Colosseum niet meer de oorspronkelijke afmetingen heeft,
is het nog steeds een imposant geheel en trekt het dagelijks duizenden
toeristen. In de moderne tijd is een gedeelte van de houten arenavloer
weer aangebracht.
Vorige |