De Clyde Dam is de grootste hydrolische dam van Nieuw-Zeeland
en werd langs de Clutha Rivier gebouwd, nabij de stad van Clyde.

Er was een aanzienlijke controverse toen de dam gepland werd betreffende
het feit over de noodzaak, omdat vele huizen en boomgaarden stroomopwaarts
van Cromwell, evenals het landschap en de Cromwell Kloof zou overstromen,
die een hoogtepunt van het nog jonge, maar wel groeiende Nieuw-zeelandse
toerisme. De bouw zou ook de sluiting van de Otago Centrale Spoorweg
voorbij Clyde tot gevolg hebben.
De dam werd gebouwd in de periode van de late jaren '70 en vroege
jaren '80. De elektriciteitscentrale heeft een capaciteit van vier
120 MW francis turbines (voor een totaal van 480MW), maar er wordt
enkel toegestaan voor 432 MW tengevolge van hulpbron toestemming
voorwaarde. De dam werd zo gebouwd dat er nog twee turbines geïnstalleerd
zouden kunnen worden, maar er zijn momenteel nog geen plannen om
dit uit te gaan voeren.
Tijdens de bouw werden er in de aangrenzende rots kleine scheurtjes
ontdekt, van een aardbeving. Een grote hoeveelheid van betoncement
werd in de rots gepompt om eventuele waterlekken te kunnen stoppen.
Dit bijkomende werk was een reden voor een flinke kosten overschrijding,
die de dam het duurste van Nieuw-zeeland maakte. Er zijn over een
afstand van 18 km tunnels in de kloof gegraven voor het afvoeren
van de rivier. Wegens dit extra werk is hierdoor de helft van het
te besteden budget gebruikt, uitstel met het vullen van het meer
van Dunstan is met enkele jaren vertraagd.
Vorige |