De Rijn (Duits: Rhein, Frans: Rhin, Retoromaans: Rein, Zwitserduits: Rhy, Engels: Rhine, Ripuarisch; Rhing, Latijn: Rhenus, in het Nederlands vroeger ook: Rhijn) is met 1320 kilometer een van de langste rivieren van Europa. Daarvan ligt 800 kilometer in Duitsland, zoals ook het grootste deel van het stroomgebied (120.000 van de 185.000 km²) op Duits grondgebied ligt. De naam van de Rijn komt waarschijnlijk van het Indo-europese *rei dat "stromen" betekent.

Bordje bij Lai da Tuma, Surselva, Graubünden
in Zwitserland waar de Rijn ontspringt.
Landen
De Rijn ontspringt in Graubünden, in de Zwitserse Alpen, en doet achtereenvolgens zes landen aan:
- Zwitserland
- Liechtenstein (grensrivier)
- Oostenrijk (grensrivier)
- Duitsland
- Frankrijk (grensrivier)
- Nederland
Daarnaast maken delen van Italië, België en Luxemburg deel uit van het totale stroomgebied van de Rijn.
Vertakkingen
In zijn delta vertakt (splitst) de Rijn veelvuldig, en verdeelt daarbij zijn water. De Waal draagt tweederde van de afvoer van de Boven-Rijn, het Pannerdensch Kanaal. Tot aan de bedijking (middeleeuwen) waren er meer splitsingen.
De kleinere lopen - in de Romeinse tijd vaak nog grote rivieren, maar in de middeleeuwen al sterk aan het verzanden - werden gelijktijdig met de bedijking afgedamd. Voorbeelden zijn de Kromme Rijn en Oude Rijn, de Utrechtse Vecht, de Linge, de Hollandse IJssel. Naast de Waal bleef slechts de Lek over als rivierloop.
Ouderdom van de Rijn
Als grote rivier is de Rijn, naar geologische maatstaven, relatief jong. Met name in het Plioceen en Pleistoceen vergrootte de Rijn zijn stroomgebied in Midden- en Zuid-Duitsland en het noorden van Zwitserland. Dit ging vooral ten koste van stroomgebied van Rhone en Donau. Ook delen van het Maasstroomgebied zijn door de Rijn gekaapt (rivieronthoofding), bijvoorbeeld de bovenloop van zijrivier Moezel. Het veranderen van de rivierstroomgebieden in midden Europa hangt samen met tektonische bewegingen (vooral onder invloed van de vorming van de Alpen).
De positie van de Rijndelta in Nederland (Waal, Nederrijn) is overgeërfd uit de laatste en voorlaatste ijstijd. De huidige rijntakken in Nederland zijn (afgezien van gegraven delen) tussen de 1700 en 4000 jaar geleden ontstaan (en rond 1100-1300 na Chr. bedijkt en afgedamd). In de laatste ijstijd lag het zuiden van de Noordzee droog en was de Rijn verlengd. Rivieren als Maas, Schelde en Thames werden zijrivieren van de Rijn, net als de Seine.
De toenmalige Rijn liep door het huidige Nauw van Calais en Het Kanaal en mondde uit in de Atlantische Oceaan ten NW van Bretagne. Deze bizarre afwateringssituatie is het eindresultaat van grote uitbreidingen van Scandinavisch landijs in de laatste ijstijden. In de laatste miljoen jaar heeft de Rijn in heel midden Nederland afzettingen neergelegd, eerst vooral ZO-NW door Limburg en Brabant, later meer Z-N door Oost Nederland (Veluwe, Achterhoek, Flevoland) tot in Friesland - en steeds in de Noordzee uitgemond.
Natuur langs de Rijn
Op de gronden langs de Rijn komen diverse wilde plantensoorten voor die in Nederland kenmerkend worden gevonden voor dit gebied. De meeste komen uit Midden- en Zuid-Europa en zijn naar alle waarschijnlijkheid door het Rijnwater aangevoerd. Bovendien zijn de zandgronden die door de Rijn zijn afgezet relatief kalkrijk, wat ook gunstig is voor veel soorten. Deze soorten worden binnen de Nederlandse floristiek aangeduid met stroomdalsoorten.
Natuurmonument
Door de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen is voor de Rijn de status van Natuurmonument aangevraagd. Het project Gelderse poort, een samenwerking tussen Nederland en Duitsland, is een schoolvoorbeeld van natuurontwikkeling. De belangentegenstellingen zijn echter groot, omdat een hogere waardering voor de natuur leidt tot mogelijke aanpassingen m.b.t. scheepvaart en waterbeheer.
Vorige |