Paaseiland (Spaans: Isla de Pascua, ook Rapa Nui genoemd) is
een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan, dat staatkundig bij Chili
hoort en een provincie van dat land is. De hoofdstad van Paaseiland
is Hanga Roa.

Het eiland is 163,6 vierkante kilometer groot. Er wonen nu naar
schatting 3791 mensen (schatting 2005). Het is een van de meest
geïsoleerde eilanden ter wereld. Staatkundig is het een provincie
van Chili binnen de regio Valparaíso. De Chileense gouverneur
van het eiland is Melania Carolina Hotu Hey.
Namen
"Rapa Nui", betekent in het Polynesisch letterlijk de
Grote Rots (rapa: rots, nui: groot). Het eiland werd sinds ongeveer
1863 zo genoemd door Tahitiaanse zeelieden. [1] De aanduiding wordt
tegenwoordig door de inwoners gebruikt voor zowel het eiland, de
taal als voor hun eigen volk (Rapa Nui).
Een andere inheemse naam voor het eiland is 'Mata ki te rani' of
'Ogen die naar de hemel kijken' (mata: ogen, ki: die, te: kijken,
rani: hemel). Deze benaming slaat op de voorouderbeelden of moai
met de merkwaardige oogkassen die inderdaad schuin naar de hemel
zijn gericht. Een andere naam die de oorspronkelijke bewoners aan
hun eiland gaven was 'Te pito o te henua', wat 'De navel van de
wereld' betekent. Volgens een aantal legenden zou de eerste naam
van het eiland 'Te pito o te kainga a Hau Maka' zijn geweest, wat
staat voor 'Het kleine stukje land van Hau Maka'.
Geschiedenis
Paaseiland is op Paaszondag 1722 (5 april) ontdekt door de Nederlander
Jacob Roggeveen. Hij trof destijds twee- tot drieduizend bewoners
aan op het eiland. De bevolking kan echter twee eeuwen eerder uit
tienduizend tot vijftienduizend mensen bestaan hebben. Aangenomen
wordt, dat de beschaving van Paaseiland in een neerwaartse spiraal
is terechtgekomen gedurende de eeuw voorafgaande aan de komst van
de Nederlanders, als gevolg van overbevolking, ontbossing en uitputting
van de beperkt aanwezige natuurlijke grondstoffen. Bewijs voor deze
plotselinge ineenstorting komt voort uit de mondelinge overlevering
van de eilandbewoners die door kannibalisme geobsedeerd waren. Om
iemand zwaar te beledigen zou men zeggen: "Het vlees van je
moeder zit tussen mijn tanden." Dit duidt erop dat de voedselvoorziening
van de bewoners te kort schoot en uiteindelijk voor een bevolkingsinkrimping
zorgde, doordat de bewoners elkaar opaten.
Volgens beschrijvingen van Roggeveen leefden er twee groepen op
het eiland: Polynesiërs en 'blanken'. Deze blanken waren de
Langoren, ook wel Hanau Epe genoemd, die de Moai hebben gebouwd.
Deze twee groepen leefden in vrede samen op het eiland.
Over het tijdstip van polynesische kolonisatie bestaat grote onzekerheid,
en ligt waarschijnlijk ergens tussen 400 n.C. en 1200 n.C. Uit onderzoek
blijkt dat het eiland voor de bewoning door mensen volledig was
bebost, maar toen Roggeveen het ontdekte was er geen boom meer te
vinden. Algemeen wordt aangenomen dat de bomen werden gekapt voor
het verplaatsen van de grote stenen hoofden die op het eiland zijn
geplaatst, maar ook vanwege het ruimtegebrek in de 17e eeuw.
Sinds de ontdekking zijn vele eilandbewoners gevangen genomen door
slavenhandelaars en over de hele wereld verspreid.
Bezienswaardigheden
De kolossale beelden op Paaseiland (de moai) worden door velen gerekend
tot de niet klassieke wereldwonderen. De moai, tot negeneneenhalve
meter hoge beelden, zijn vervaardigd uit zacht vulkanisch gesteente
(tufsteen). De makers zijn de voorvaderen van een groot deel van
de huidige eilandbewoners. De witte oogschijven, die in deze kassen
zaten, werden pas in 1978 voor het eerst teruggevonden. De meeste
moai stonden opgesteld op een platform of ahu en keken naar het
binnenland. Slechts zeven beelden, opgesteld in een rij van klein
naar groot en ietwat spottend de zeven apen (los siete monos) genoemd,
keken naar de zee. De moai zijn voorstellingen van voorouders die
om vruchtbaarheid smeken. Voortplanting was op een extreem geïsoleerd
eiland als deze van cruciaal belang om te overleven. Er zijn veel
voorouderbeelden weer rechtop gezet. Ook hebben vele hun indringende
ogen die naar de hemel kijken weer terug, de vooruitstekende lippen
waren wellicht getooid met een baard. Opvallend zijn ook de langgerekte
oorlellen. Ze tonen aan dat de Langoren toen de moai opgesteld werden
de heersers waren over het eiland.
Vorige |