Het Louvre (Frans: Musée du Louvre of kortweg: Le Louvre)
is een uitermate groot museum in het hart van Frankrijk, Parijs.
Het ligt net ten noorden van de Seine en is eenvoudig met de metro
te bereiken. Het bestaat uit drie vleugels, de Richelieu-vleugel,
de Sully-vleugel en de Denon-vleugel. De Mona Lisa van Leonardo
da Vinci wordt vaak beschouwd als het beroemdste stuk uit de collectie
van het Louvre.

Het Louvre van kasteel tot paleis
Model van het kasteel van Filips IIHet Louvre is gevestigd in een
van oorsprong middeleeuws kasteel dat door de koningen van Frankrijk
werd gebruikt. Het eerste kasteel op deze plek, gebouwd rondom een
donjon, werd aangelegd door Filips II in 1190, als verdediging tegen
de veelvuldige aanvallen van de Vikingen vanuit het westen, via
hun primaire aanvalsroute de Seine. Nadat de Orde van Tempeliers
in ongenade viel rond 1307, werd het Louvre het onderkomen van de
koninklijke schatkist, die eerst in het hoofdkwartier van de Tempeliers
werd bewaard.
Karel V maakte het kasteel, dat door stadsuitbreiding zijn strategische
betekenis had verloren, tot zijn koninklijk paleis. Als liefhebber
van kunst gaf hij het Louvre alvast iets van zijn toekomstige functie
door een gedeelte van zijn bibliotheek (circa 12.000 manuscripten)
er onder te brengen.
Het paleis leed zwaar onder de honderdjarige oorlog en hoewel Frans
I erop aandrong om het paleis te herbouwen, duurde het tot 1528
tot er iets definitiefs gebeurde. In dit jaar werd de donjon van
Filips II afgebroken. Er werden plannen ontwikkeld om het kasteel
in de heersende Renaissancestijl weer op te bouwen en in 1546 werd
Pierre Lescot aangesteld om zijn plan, vier vleugels rondom een
ruime binnenplaats (de Cour carrée), te verwezenlijken. Dit
complex vormt het oudste deel van het huidige Louvre en komt overeen
met de 'Sully'-vleugel. De bouwactiviteiten omspanden de regeerperiodes
van Frans I, Hendrik II en Karel IX, maar toen waren slechts twee
van de vier vleugels verwezenlijkt.
Catharina de' Medici liet vanaf 1564 een nieuw paleis optrekken
op zo'n 500 meter ten westen van het Louvre, de Tuilerieën,
en onder Hendrik IV werd dit paleis met het Louvre verbonden door
een vleugel langs de Seine, de kern van de huidige Denon-vleugel.
De vleugels rondom de Cour Carré werden pas in de zeventiende
eeuw voltooid.
Het plan van Hendrik IV, le grand dessin genoemd, dient als leidraad
voor alle volgende generaties die zich met het uitbreiden en verbeteren
van het Louvre bezighouden. Dit proces gaat, met vallen en opstaan,
door tot Lodewijk XIV besluit zijn residentie te verplaatsen naar
het Paleis van Versailles. Het Louvre raakt in onbruik als paleis
en krijgt verschillende functies.
Het Louvre van paleis tot museum
Kaart van het LouvreDe markies van Marigny, door Lodewijk XIV als
beheerder van het Louvre aangesteld, liet, ondanks een beperkt budget,
het cour carré voltooien door Jacques-Germain Soufflot. In
1779 krijgt de nieuwe beheerder, de graaf van Angiviller, het idee
om het Louvre te gaan gebruiken als onderkomen voor (een gedeelte
van) de koninklijke kunstcollectie. Zijn idee krijgt echter geen
tijd om waarheid te worden door de tussenkomst van de Franse revolutie.
Alhoewel door de revolutie er geen koning meer is, wordt het Louvre
toch niet gezien als volledig volksbezit. D’Angiviller zet
zijn idee voor een museum door bij de nieuwe machthebbers, die inzien
dat de nationale kunstcollectie beschermd moet worden tegen de verwoestingen
die de revolutie met zich meebrengt. Het idee van een nationaal
erfgoed begint zich te ontwikkelen en in 1791 beslist de Wetgevende
Vergadering dat in het Louvre een museum gevestigd zal worden. Op
10 augustus 1793 wordt het Louvre geopend als museum, één
van de oudste ter wereld. Nog ouder zijn het Ashmolean Museum (1683),
het museum van Dresden (1744) en de Vaticaanse musea (1784).
Vorige |