Zeehonden of robben (Phocidae) vormen een familie van zeezoogdieren.
Ze behoren tot de roofdieren (Carnivora). Zeehonden in Nederland
komen het meest voor in de Waddenzee. Jonge zeehonden noemt men
ook wel huilers.

Zeehonden hebben korte stugge haren en nauwelijks ondervacht. Ze
houden met een dikke speklaag de lichaamswarmte vast. Ze hebben
goed ontwikkelde tastharen, niet alleen in de snor, maar ook in
de wenkbrauwen. De meeste soorten hebben een gevlekte vacht. Bij
enkele soorten bestaat er seksueel dimorfisme, waarbij de mannetjes
veel groter zijn dan de vrouwtjes, een ander vlekkenpatroon hebben,
en zelfs een slurf (zoals bij de zeeolifanten). Mannetjes hebben
ook een penisbot of baculum. De achtervinnen zijn groter dan de
voorvinnen. Met deze achtervinnen zwemmen de zeehonden. De zeehonden
hebben geen oorschelp.
Sommige soorten worden bedreigd, in het verleden door de jacht
en tegenwoordig door vervuiling van de zee. Zieke en verlaten zeehonden
worden in Nederland opgenomen in de opvangcentra Lenie het Hart
en Ecomare op Texel. Zeehonden komen ook in de buurt van beide polen
voor. Ze zijn belangrijke prooidieren voor ijsberen en orka's. De
jacht op zeehonden middels knuppelen is over de hele wereld verboden,
behalve in Canada. In Nederland is het knuppelen van zeehonden al
enkele decennia verboden, voor het verbod werd er in Nederland nog
geknuppeld in de Waddenzee en de toen nog niet afgesloten zeearmen
in Zeeland.
Vorige |