De kameel (Camelus bactrianus) is een hoefdier uit de onderorde
der eeltpotigen. De kameel verschilt van de dromedaris door het
aantal bulten op de rug. De dromedaris heeft er één,
de kameel twee.

Soorten
Er zijn twee ondersoorten: de huiskameel (Camelus bactrianus bactrianus)
en de wilde kameel (Camelus bactrianus ferus). De huiskameel is
een zeer algemene soort, die veelvuldig gehouden wordt en regelmatig
in dierentuinen te zien is. De wilde kameel daarentegen is ernstig
bedreigd, en komt enkel voor in kleine populaties in de steppen
en halfwoestijnen van China en Mongolië.
In dienst van de mens
Vanwege het gebruik als rij- en lastdier door nomaden en andere
reizigers door de woestijn in bijvoorbeeld karavanen wordt het dier
ook wel "het schip van de woestijn" genoemd. De kameel
kan 280 kilogram dragen. Het dier wordt ook gehouden om zijn wol,
melk en vlees.
Kamelen zijn ongeveer 4500 jaar geleden gedomesticeerd in Iran
en Turkestan. Ongeveer 4000 jaar geleden bereikten ze Mesopotamië.
Tussen 1700 en 1200 v.Chr. verspreidden de huiskamelen zich vanuit
Iran over Zuid-Rusland, Noord-Kazachstan en Oekraïne. In de
3e eeuw v.Chr. bereikten de kamelen China.
Kenmerken
Kamelen kunnen wekenlang zonder te drinken in leven blijven. Ze
verliezen erg weinig water, onder andere doordat ze pas gaan zweten
op het moment dat hun lichaamstemperatuur boven de 40°C komt.
De nieren zijn in staat om veel water uit de voorurine in het bloed
terug te nemen. Ook kunnen ze grote uitdroging moeiteloos doorstaan.
Als een kameel drinkt, drinkt hij bijzonder veel, meer dan 100 liter
achter elkaar, tot 60 liter per minuut. In de bulten wordt vet opgeslagen,
die dienen als energiereserve bij voedselgebrek. Als de bulten niet
worden aangesproken, staan ze rechtop. Bij voedselschaarste, wanneer
de kameel teert op het vet in de bult, gaan de bulten naar een kant
hangen. De dikke vacht beschermt de dieren zowel tegen extreme hitte
als extreme kou.
Kamelen zijn telgangers, en kunnen voor korte tijd 25 kilometer
per uur rennen en 30 tot 40 kilometer per dag lopen. De eeltkussens
onder de poten beschermen de kamelen tegen het hete zand.
Kamelen kunnen tot 2 meter hoog worden en 500 tot 700 kilogram
zwaar. Dit in tegenstelling tot de dromedaris, die lichter, maar
hoger wordt. Dit is een aanpassing aan de koudere woestijnen van
Centraal-Azië, waar 's winters de temperatuur behoorlijk kan
dalen tot ver onder het vriespunt. 's Winters hebben de dieren een
dikke vacht, die in de lente wordt geruit. Hierbij vallen grote
plukken haar in één keer uit.
Vorige |